Artikel 'Dekstieren' Nieuwe oogst

27/11/2010

In de Nieuwe Oogst van afgelopen za. 27-11-2010 stond een artikel over dekstieren. In dit artikel lichten wij de voor- en nadelen van het gebruik van dekstieren nader toe. Hieronder is het complete artikel te lezen.


nieuwe oogst logo

   Artikel Nieuwe Oogst za. 27-nov-2010


Dekstieren worden steeds vaker ingezet op melkveebedrijven. Het is praktisch en kostenbesparend. Het feit dat de nakomelingen van een dekstier kunnen tegenvallen nemen boeren voor lief. Dat geldt ook voor het gevaar dat ze lopen. Want pas op: werken met een stier blijft levensgevaarlijk!

Heiko-Klaas Visser is melkveehouder in Duitsland en melkt 1400 koeien. Hij gebruikt een dekstier op het jongvee. „We hebben een groot bedrijf en hadden problemen bij de tochtsignalering van de pinken. Ze liepen steeds verder uit.”

Om het probleem te tackelen twijfelde Visser tussen de aanschaf van een stappenteller of dekstier. „De laatste optie is goedkoper, dus kozen we daarvoor. Het bevalt super. Bij het drachtigheidsonderzoek halen we goede resultaten. Eerst zaten we op een afkalfleeftijd van 28 maanden, nu gaan we toe naar een afkalfleeftijd van 23 maanden. Dat bespaart ons flink veel opfokkosten.”

Visser realiseert zich dat de nakomelingen van een dekstier tegen kunnen vallen. Maar hij heeft bij de aankoop van de stier gelet op de productie van de moeder, geboortegemak en het exterieur. „Het blijft uiteraard een gok. Maar dat geldt ook wanneer je een proefstier gebruikt.”

Toename
Melkveehouder Visser is niet de enige die met dekstieren fokt. Volgens Wytze Nauta, fokkerijdeskundige van het Louis Bolk Instituut, houden steeds meer boeren een stier op het bedrijf. „Zowel gangbare als biologische bedrijven. Velen zien het als een efficiënte manier van fokken. Maar ook als achtervang voor kunstmatige inseminatie. Als een koe niet drachtig wil worden via KI, mag de stier het proberen. Voor biologische bedrijven is het fokken met een stier de meest natuurlijke manier van fokken.”

Ook Christiaan Stevens van KI Samen signaleert dat het gebruik van dekstieren stijgt. „Oost-Duitsland en Denemarken behoren tot mijn werkgebied. Bij de Nederlandse boeren die daar wonen zie ik het KI-gebruik dalen. De lage melkprijs is daar een reden voor. Boeren gebruiken één tot twee rietjes per koe. Als ze dan nog niet drachtig is, mag de stier erbij. Het is een kostenbesparend alternatief, maar geen veilige. Want stieren zijn levensgevaarlijk.”

Naast de veiligheid voor de boer kleven er meer nadelen aan een dekstier, zo weet Roel Veerkamp, afdelingshoofd Animal breeding and Genomics centre van Wageningen UR Livestock Research. „Als een stier toevallig slecht bevrucht, dan is het gemak snel verdwenen. Ook al heb je een heel goede moeder en vader met betrouwbare fokwaarden, dan nog kan er veel variatie in de nakomelingen zitten. Dit geeft vaak tegenvallers.”Om die tegenvallers uit te sluiten is het PWF-systeem bedacht (Proefstier-Wachtstier-Fokstier). Met dit testprogramma is het volgens Veerkamp tenminste duidelijk of je de juiste nakomeling te pakken hebt uit een stier- en koecombinatie. „Op basis van de betrouwbaarheid alleen al verwachten we dat de genetische vooruitgang bij gebruik van een fokstier bijna twee keer zo snel gaat als bij een willekeurige dekstier. Dit komt omdat je er minder vaak naast zit.” Daarnaast worden fokstieren uit een veel bredere populatie geselecteerd, bijna wereldwijd. Hierdoor zullen ze doorgaans een veel hogere fokwaarde hebben dan de dekstier.

Hoogwaardig
Reinier van der Steege is eigenaar van het bedrijf Excellent. Hij is onder andere gespecialiseerd in de handel in dekstieren. In zijn stal in Oenkerk huisvest hij hoogwaardige dekstieren. Volgens hem worden dekstieren voor diverse doeleinden ingezet. „Ze worden veelal ingezet als een koe te vaak terugkomt na KI. Dit is goedkoop. Bovendien zijn de bevruchtingsresultaten van een dekstier vaak wat hoger. Een stier signaleert een tochtige koe beter dan de boer dat kan.”

Ook wordt een dekstier regelmatig bij het jongvee gejaagd. Bijvoorbeeld als het vee op afstand wordt uitgeschaard, of als de dieren op een opfokbedrijf staan. Dan zijn er nog boeren die jongvee opfokken voor de export. Deze runderen dienen drachtig worden afgeleverd.

Volgens Van der Steege is de invloed van dekstieren binnen de veestapel groot. Daarom kiezen boeren nogal eens voor een exclusieve dekstier. „Onze stieren zijn iets duurder in vergelijking met de huis-, tuin- en keukenstieren van een willekeurige koopman. Bij ons koop je een stier voor 1000 tot 1400 euro, bij een koopman betaal je doorgaans 800 tot 1000 euro. Het nadeel van een stier met een lagere genetische aanleg is dat de nakomelingen tegen kunnen vallen.”

De stieren van Excellent hebben volgens de eigenaar doorgaans een hogere genetische aanleg dan de eigen veestapel van een veehouder. Van deze stieren worden vaak volle broers getest door de KI. Ze hebben een goede aanleg voor exterieur, melkproductie en de gezondheidskenmerken. „Mede door de komst van genomics worden ook de dekstieren steeds betrouwbaarder en kan men ze gerichter inzetten binnen de veestapel. Vaarskalveren van de eigen stier kunnen daarom gerust worden aangehouden.”

Lage kostprijs
Maar Van der Steege geeft ook aan dat melkveehouders die de topkoeien willen fokken qua exterieur en melkproductie het best kunnen kiezen voor KI. „Je haalt daar de hoogste betrouwbaarheid. Bovendien kun je de stieren veel gerichter inzetten.” Boeren die dekstieren bij hem kopen, zijn doorgaans georiënteerd op een lage kostprijs. „De veehouders hebben intensieve bedrijven en zijn druk. Soms is het lastig om alle tochtige koeien te signaleren. Een stier kan dat overnemen.”

Ook prijstechnisch gezien is een dekstier interessant, vindt Van der Steege. „Als je goed op het beest past, behoudt hij zijn waarde. Koop je een stier voor bijvoorbeeld 1200 euro, dan verlies je doorgaans nooit meer dan 200 euro aan waarde. En mocht het een stier zijn van 3,5 jaar oud, dan brengt ‘ie bij de verkoop aan de slager mogelijk nog wel 1000 euro op.”



‹ PREV